zaterdag 18 augustus 2012

En nu staat het monster op onze stoep


Kzat weer eens op een terrasje vandaag/vanaaf. Zoals J.C. Bloem (Neerlands grootste dichter, maar bij u allen hoogstwaarschijnlijk onbekend) 'Domweg gelukkig was in de Dapperstraat', zo zat ik 'Rustigjes in de Rijnstraat'. Nippend aan een glaasje en happend van een hapje temidden van een werkelijk multicultureel gezelschap.

Precies zoals het ideaalbeeld van de meeste stemmers uit die buurt er uit ziet. Ja een meerderheid daar stemt GL en/of D66. Net aan de andere kant van het water, de Josef Israëlskade (nee ik heb het ook niet bedacht, maar het was wel een prima schilder), ligt de Diamantbuurt (van oudsher Joods). Daar waar een paar jaar geleden zo'n ophef over was dat er -ik zeg het maar in mijn eigen woorden- de laatste resterende Joodse bewoners etnisch gezuiverd werden door onze pas verworven nieuwe nazislamitische cultuurverrijkers.

Niet dat die gasten met zijn 1,5 miljard meer nobelprijzen verdiend hebben dan die verderflijke joden met zijn 12 miljoenen. De stand is dacht ik 6 tegen 600 en dan reken ik de nobelprijs voor jasser arafat (geen hoofdletters) voor de vrede nog mee. Dus het is maar de vraag wat men onder 'cultuurverrijking' verstaat.

Daar zat ik dus. Met rechts naast me een Noor, die de hele avond al mijn drank en eten betaalde. Een Nederlands-Amerikaanse lesbiënne. En links van me een soort Badr Hari, of hoe die gek ook heten mag. Ik wil het niet eens weten: "De boksschool was zo zwaar tijdens de ramadan". "De boksbal was te vermoeiend dus ik kon me alleen maar de hele dag opdrukken". Nou druk ik liever mijn geest op, maar dat schijnt niet de intentie van ramadan te zijn. Veeleer gaat het om de massa-discipline en het collectief. Dat men gezamenlijk 1,5 miljoen ton aankomt, weerhoudt niemand ervan om het tot 'vasten' te bestempelen, zodat men nog meer reden heeft tot klagen dan normaal.

Nou eet ik meestal pas als de zon ondergaat, maar ik rook en drink wel overdag. Spugen doe ik zoiezo niet, dus dat vergt niet echt een overmatige inspanning van me om me in te houden. In die zin heb ik het hele jaar door ramadan.

Denkend aan Rembrandt van Rijn in de Rijnstraat vloog daar plots een zwerm graskanaries/parkieten krijsend voorbij. De inheemse bewoners, wiens stemgedrag ik hierboven reeds beschreven heb, schreeuwen daar met enige regelmaat moord en brand over, want deze indringende parasieten verdringen de oorspronkelijke fauna; merels, spreeuwen, huismussen en wat dies meer zij, de blauwgeruite oudzuidse krombekvogel enzo. Over die verdreven Joden heb ik ze nooit gehoord.

Pal na de dierlijke kolonisten kwamen de sirenes. Acht politiewagens telden we, drie ambulances en twee brandweers (...). Het einde van de ramadan kwam blijkbaar vroeg dit jaar.  Koran, soera 9, vers 5: “Wanneer de heilige maanden voorbij zijn, doodt dan de afgodendienaren waar je hen ook vindt en grijpt hen en belegert hen en loert op hen uit elke hinderlaag". De ambulances keerden pas laat weer, met volle sirenes en zwaailichten,  en dat duidt er naar mijn mening op dat het niet om gebroken benen ging.

We hebben oorlog, agressie en een onvoorstelbare hoop achterlijkheid geïmporteerd. En nu staat het monster op onze stoep. Wegkijken en ontkennen is het makkelijkste, want het eigen ongelijk toegeven is het enige waar de moderne mens zich nog tegen verzet. Maar na de Joden zullen de Christenen volgen. Dan het volgende zwakste slachtoffer, vrouwen of geitenwollensokkenhippies. Dan het smerigste van het smerigste; de atheïsten. En tot slot ook diegenen die de krokodil maar bleven voeren in de hoop zelf nog even gespaard te blijven.

De islam is namelijk nog nooit ergens gepacificeerd of vreedzaam vertrokken. De islam heeft zich nog nooit in 1400 jaar ergens aangepast en is dat ook geenszins van plan. Ik heb geen kinderen en heel veel jaren heb ik niet meer te gaan. En ik ben goed genoeg bewapend dat de Badr Hari's in deze wereld me geen angst aanjagen. Dus ik roep niet voor mijn eige (amsterdams), maar ik heb meelij met het Nederlandse volk en haar nageslacht. Met de bloedige tijd die mijn volk te wachten staat.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen